Er was eens… Maurice Pessey

Gepubliceerd op 25 november 2022,
Pessey is een veelvoorkomende achternaam in de Aravisketen, maar dit is wel een héle bijzondere Pessey. Dit is namelijk Maurice! Hij is de oudste skileraar van de Franse skischool, en een rasechte inwoner uit La Clusaz. Deze Opa van 81 met guitige blik is nog steeds even kwiek. We hebben samen met hem zijn foto-album bekeken, voor een reisje door de tijd.
“Ik ben hier geboren. Ik heb hier altijd al gewoond. En ik zal hier ook sterven! ” Maurice blijft het graag zeggen tegen de leerlingen die hij nog steeds elke winter leert skiën. Als er niet twee jaar lang corona was geweest, had hij in 2022 meegedaan met zijn zestigste “skileraren challenge”, maar hij gaat nu voor nog twee winters als skileraar om dat doel te bereiken. 
 
“M’n knie doet wat zeer, maar niks bijzonders. “Pijn is een teken van leven”, zegt hij tijdens onze ontmoeting aan het einde van het wintersportseizoen. Maar Maurice heeft geen tijd om stil te staan bij ouderdomskwaaltjes en komt dan ook met een brede glimlach en glinsterende ogen naast ons zitten en zegt: “Kijk, ik heb wat foto’s meegebracht! ”


Om écht te feesten in La Clusaz is er carnaval. De winkeliers, de restaurants en de skileraren... Iedereen doet mee! Dit ben ik, verkleed als een echte Schot met kilt. We hebben zelfs een keer duigen van houten vaten gebruikt als ski’s. Onze kilts waaiden omhoog op de piste.

Ik was hier 16 denk ik, het was tijdens de Coupe Perrier. Een soort B-team zeg maar! In 1956-1957 won ik deze wedstrijd en bleef vervolgens in het team tot aan mijn militaire dienst. Omdat ik net niet goed genoeg was om door te gaan, ben ik gestopt en haalde ik mijn skilerarendiploma.

In het dorp hadden mensen vaak twee beroepen. ‘s Winters skileraar en ‘s zomers boer of ambachtsman. De skischool is eigenlijk één groot bedrijf, met allerlei soorten beroepen. We hebben loodgieters, schilders, timmerlui... Je vindt er elk vakgebied.

Mijn zus en ik gingen te voet naar school. Als er veel sneeuw lag, kregen we een paard mee dat een houten balk sleepte om een weg te banen. Op woensdag en op zaterdagavond kwamen ze ons ophalen met het paard en reden we naar huis via de weg richting La Paton. Het was de schoolbus van die tijd!

‘s Zomers woonden we in de boerderij bij de Col des Aravis. Mijn vader en een oom hadden samen een boerderij in de bergen. Ik hielp mijn ouders in de vallei, ik maaide het gras om hooi te maken. We hadden een grote maaimachine. Toen ik 15-16 was, sleepte de machine me meer dan dat ik stuurde.